Previous Page  33 / 42 Next Page
Information
Show Menu
Previous Page 33 / 42 Next Page
Page Background

8.3 Schorsing en verwijdering

De beslissing over de toelating en verwij-

dering van leerlingen berust bij het school-

bestuur. De meeste leerlingen worden

zonder problemen tot het basisonderwijs

toegelaten.

Wanneer blijkt dat voor een leerling het

basisonderwijs wegens leer- en/of gedrags-

problemen of een handicap niet de meest

aangewezen vorm van onderwijs is, dan zal

er over het algemeen in overleg met de

ouders een oplossing worden gezocht in

het speciaal onderwijs.

Het beleid is er op gericht de basisschool

zodanig toe te rusten dat het aantal ver-

wijzingen naar het speciaal onderwijs op

termijn zal afnemen. Voor een aantal leer-

lingen zal speciaal onderwijs echter nood-

zakelijk blijven.

Wanneer het schoolbestuur, de school-

leiding en deskundigen van mening zijn,

dat een kind het meest gebaat is bij

speciaal onderwijs en ouders kunnen

zich hierin niet vinden, dan prevaleert de

mening van de ouders.

Er is echter een grens. Deze ligt daar waar

de leer- en gedragsproblemen van het kind

leiden tot een zodanige verstoring van de

voortgang van het onderwijs dat hand-

having op de basisschool redelijkerwijs niet

van het schoolteam kan worden verlangd.

In zeer bijzondere omstandigheden kan het

bestuur overgaan tot schorsing en/of ver-

wijdering van een leerling.

33